Art. 29 Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, Verjaringstermijn

Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie

Elke Staat die partij is, stelt, waar passend, met inachtneming van zijn nationale recht een lange verjaringstermijn vast voor het aanvangen van procedures voor een overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gesteld feit en stelt een langere termijn vast voor of voorziet in de opschorting van de verjaringstermijn voor de gevallen waarin de vermoedelijke dader zijn berechting heeft ontweken.

Vorige artikelen

Volgende artikelen