Art. 2.32 BVIE, Licentie
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE)
1. Het merk kan het voorwerp zijn van licenties voor alle of voor een deel van de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven en voor het geheel of voor een deel van het Benelux-gebied. Een licentie kan al dan niet uitsluitend zijn.
2. De aan het merk verbonden rechten kunnen door de merkhouder worden ingeroepen tegen een licentiehouder die handelt in strijd met een van de bepalingen van de licentieovereenkomst inzake:
a. de duur daarvan;
b. de door de inschrijving gedekte vorm waarin het merk mag worden gebruikt;
c. de waren of diensten waarvoor de licentie is verleend;
d. het gebied waarin aanbrenging van het merk is toegestaan; of
e. de kwaliteit van de door de licentiehouder vervaardigde waren of verrichte diensten.
3. De doorhaling van de inschrijving van de licentie in het register vindt slechts plaats op gezamenlijk verzoek van de merkhouder en de licentiehouder.
4. Onverminderd het bepaalde in de licentieovereenkomst kan de licentiehouder een vordering wegens inbreuk op een merk alleen instellen met toestemming van de houder van dat merk. De houder van een exclusieve licentie kan deze vordering echter instellen indien de merkhouder, na daartoe te zijn aangemaand, niet zelf binnen een redelijke termijn een vordering wegens inbreuk instelt.
5. De licentiehouder is bevoegd in een door de merkhouder ingestelde vordering als bedoeld in artikel 2.21, lid 1 tot en met 4, tussen te komen om rechtstreeks door hem geleden schade vergoed te krijgen of zich een evenredig deel van de door de gedaagde genoten winst te doen toewijzen.
6. Een zelfstandige vordering als bedoeld in het vorige lid kan de licentiehouder slechts instellen, indien hij de bevoegdheid daartoe van de merkhouder heeft bedongen.
7. De licentiehouder heeft het recht de in artikel 2.22, lid 1, bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, voor zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan hem de uitoefening is toegestaan, indien hij daartoe toestemming van de merkhouder heeft verkregen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G van Peursem 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1011
- Conclusie A-G Verkade 11 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC9766
- Rb. Den Haag 24 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:403
- Rb. Den Haag 4 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2027
- Rb. Noord-Holland 18 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12590
- Rb. Midden-Nederland 17 maart 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1068
- Rb. Midden-Nederland 17 maart 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1813
- Rb. Den Haag 29 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4029
- Rb. Den Haag 17 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11033
- Rb. Amsterdam 18 juli 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4333
- Conclusie A-G Verkade 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:114
- Hof 's-Gravenhage 31 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV3775
- Hof Den Haag 1 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1553
- Hof Den Haag 1 augustus 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2191
- Hof Den Haag 13 december 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3681
- Hof Amsterdam 14 juni 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1745
- Hof Amsterdam 17 februari 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BH3125