Art. 2.23bis BVIE, Normaal gebruik van het merk
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE)
1. Een merk waarvan de houder vijf jaar nadat de inschrijvingsprocedure is voltooid, in het Beneluxgebied geen normaal gebruik heeft gemaakt voor de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, of waarvan gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar geen gebruik is gemaakt, is vatbaar voor de beperkingen en sancties van de artikelen 2.16bis, leden 1 en 2, 2.23ter, 2.27, lid 2, en 2.30quinquies, leden 3 en 4, tenzij er een geldige reden is voor het niet-gebruik.
2. In het in artikel 2.8, lid 2, bedoelde geval, wordt de in lid 1 bedoelde termijn van vijf jaar berekend met ingang van de datum waarop het merk niet langer voorwerp kan zijn van een weigering op absolute gronden of een oppositie of, ingeval een weigering is uitgesproken of een oppositie is ingesteld, met ingang van de datum waarop een beslissing waardoor de door het Bureau opgeworpen bezwaren op absolute gronden worden opgeheven of de oppositie wordt beëindigd, onherroepelijk is geworden of de oppositie is ingetrokken.
3. Met betrekking tot inschrijvingen van internationale merken met werking in het Benelux-gebied wordt de in lid 1 bedoelde termijn van vijf jaar berekend met ingang van de datum waarop het merk niet langer kan worden geweigerd of daartegen niet langer oppositie kan worden ingesteld. Wanneer oppositie is ingesteld of wanneer kennis is gegeven van een weigering op absolute gronden, wordt de termijn berekend met ingang van de datum waarop een beslissing waardoor de oppositieprocedure wordt beëindigd, of een beslissing over de absolute weigeringsgronden onherroepelijk is geworden of waarop de oppositie is ingetrokken.
4. De aanvangsdatum van de in de leden 1 en 2 bedoelde termijn van vijf jaar wordt in het register opgenomen.
5. Als gebruik in de zin van lid 1 wordt eveneens beschouwd:
a. het gebruik van het merk in een op onderdelen afwijkende vorm die het onderscheidend vermogen van het merk in de vorm waarin het is ingeschreven, niet wijzigt, ongeacht of het merk in de gebruikte vorm al dan niet ook op naam van de houder is ingeschreven;
b. het aanbrengen van het merk op waren of de verpakking daarvan in het Benelux-gebied, uitsluitend met het oog op uitvoer.
6. Het gebruik van het merk met toestemming van de houder wordt als gebruik door de merkhouder beschouwd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Nederland 11 maart 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1515
- Rb. Overijssel 27 september 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3796
- Rb. Gelderland 16 september 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:6445
- Rb. Den Haag 5 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1269
- Rb. Den Haag 14 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1767
- Rb. Den Haag 30 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12737
- Rb. Den Haag 22 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7643
- Rb. Den Haag 11 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2248
- Rb. Den Haag 14 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10161
- Conclusie A-G van Peursem 29 augustus 2025, ECLI:NL:PHR:2025:870
- Conclusie A-G van Peursem 8 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1192
- Hof 's-Hertogenbosch 2 november 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3295
- Hof 's-Hertogenbosch 14 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1822
- Hof Den Haag 17 januari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:104
- Hof Den Haag 5 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2411