Art. III WTO, Onderzoek van kennisgevingsverplichtingen en -procedures

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)

De Raad voor de handel in goederen onderzoekt de kennisgevingsverplichtingen en -procedures uit hoofde van de Overeenkomsten die zijn opgenomen in bijlage 1 A bij de WTO-Overeenkomst. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een werkgroep waarvan alle Leden deel kunnen uitmaken. De groep wordt onmiddellijk na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst opgericht.

De werkgroep wordt belast met de volgende opdrachten:

– het uitvoeren van een grondig onderzoek met betrekking tot alle bestaande kennisgevingsverplichtingen van Leden die voortvloeien uit de Overeenkomsten in bijlage 1 A bij de WTO-Overeenkomst, om deze verplichtingen zoveel mogelijk te vereenvoudigen, te standardiseren en te groeperen, alsmede ervoor te zorgen dat deze verplichtingen beter worden nagekomen, waarbij rekening wordt gehouden met de als algemeen doel nagestreefde grotere doorzichtigheid van het handelsbeleid van de Leden en grotere doeltreffendheid van de daartoe vastgestelde toezichtregelingen, en tevens rekening wordt gehouden met het feit dat sommige ontwikkelingslanden die Lid zijn misschien moeten worden bijgestaan om hun kennisgevingsverplichtingen na te komen;

– de Raad voor de handel in goederen uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst aanbevelingen doen.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen