Art. 16 Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië, Wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië
Behoudens enig nader tussen hen te sluiten verdrag, komen de Verdragsluitende Partijen overeen, elkander overeenkomstig hun nationale wetgeving de ruimste mate van wederzijdse rechtshulp in strafzaken te verlenen, wanneer zulke hulp wordt verzocht door hun bevoegde rechterlijke autoriteiten ten behoeve van het onderzoek of de vervolging wegens onder hun rechtsmacht vallende strafbare feiten.
Vorige artikelen
- Artikel 11 Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië
- Artikel 12 Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië
- Artikel 13 Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië
- Artikel 14 Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië
- Artikel 15 Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië