Art. 46 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging, Slotbepalingen
Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan de Lid-Staten van de Raad en aan iedere Staat die is toegetreden tot dit Verdrag kennis van:
(a) ondertekeningen;
(b) nederlegging van akten van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding;
(c) data van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig artikel 38;
(d) verklaringen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 9, derde lid;
(e) verklaringen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 13, derde lid;
(f) verklaringen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 18, tweede lid;
(g) verklaringen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 40, tweede en derde lid;
(h) voorbehouden en verklaringen gemaakt krachtens toepassing van het bepaalde in artikel 41, eerste lid;
(i) intrekkingen van voorbehouden of verklaringen verricht krachtens het bepaalde in artikel 41, tweede lid;
(j) verklaringen ontvangen krachtens toepassing van het bepaalde in artikel 42, eerste lid, en elke latere kennisgeving ontvangen krachtens het bepaalde in het tweede lid van dat artikel;
(k) kennisgevingen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 43, vierde lid;
(l) kennisgevingen ontvangen ingevolge het bepaalde in artikel 45 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
Vorige artikelen
- Artikel 41 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 42 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 43 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 44 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 45 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging