Art. 38 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging, Slotbepalingen
Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
1. Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd of aanvaard. De akten van bekrachtiging of aanvaarding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
2. Het Verdrag treedt in werking drie maanden na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging of aanvaarding.
3. Voor elke ondertekenende Staat die het daarna bekrachtigt of aanvaardt, treedt het Verdrag in werking drie maanden na de datum van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of aanvaarding.
Vorige artikelen
- Artikel 33 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 34 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 35 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 36 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 37 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
Volgende artikelen
- Artikel 39 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 40 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 41 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 42 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 43 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging