Art. 32 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging, Samenloop van strafvervolging
Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
In het belang van de waarheidsvinding en de straftoemeting dienen de betrokken Staten na te gaan of het aanbeveling verdient dat een van hen een enkele strafvervolging instelt, indien:
(a) verscheidene zakelijk verschillende feiten, die alle strafbaar zijn volgens het strafrecht van elk van die Staten, worden toegeschreven hetzij aan een enkele persoon, hetzij aan verschillende personen die gezamenlijk hebben gehandeld.
(b) een enkel feit, dat een strafbaar feit is volgens het strafrecht van elk van die Staten, wordt toegeschreven aan verschillende personen, die gezamenlijk hebben gehandeld; in het bevestigende geval bepalen zij tevens wie van hen de strafvervolging instelt.
Vorige artikelen
- Artikel 27 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 28 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 29 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 30 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 31 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
Volgende artikelen
- Artikel 33 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 34 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 35 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 36 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging
- Artikel 37 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging