Art. 28 Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging, VOORLOPIGE MAATREGELEN IN DE AANGEZOCHTE STAAT

Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging

Zodra de aangezochte Staat een verzoek tot strafvervolging heeft ontvangen, vergezeld van de in artikel 15, eerste lid, bedoelde documenten, is hij bevoegd alle voorlopige maatregelen te treffen, met inbegrip van het in voorlopige hechtenis stellen van de verdachte en de inbeslagneming, die krachtens zijn wet zouden mogen worden toegepast, indien het strafbare feit waarvoor strafvervolging is verzocht, op zijn grondgebied zou zijn gepleegd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen