Art. 23 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, Slotbepalingen
Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
1. Iedere Verdragsluitende Partij kan bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of van toetreding een voorbehoud maken met betrekking tot een of meer daarbij aangegeven bepalingen van dit Verdrag.
2. Iedere Verdragsluitende Partij die een voorbehoud heeft gemaakt trekt dit, zodra de omstandigheden haar dit veroorloven, in. Een voorbehoud wordt ingetrokken door een mededeling gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
3. Een Verdragsluitende Partij die met betrekking tot een bepaling van dit Verdrag een voorbehoud heeft gemaakt kan de naleving van die bepaling van dit Verdrag door een andere Partij slechts verlangen voor zover zij die bepaling zelf heeft aanvaard.
Vorige artikelen
- Artikel 18 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 19 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 20 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 21 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 22 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Volgende artikelen
- Artikel 24 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 25 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 26 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 27 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 28 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken