Art. 11 UVRM
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)
1. Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Knigge 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6878
- ABRvS 16 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD7378
- CBb 28 augustus 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BB2456
- Rb. Rotterdam 13 oktober 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU3210
- Hof Arnhem-Leeuwarden 11 december 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10486
- Hof Amsterdam 3 augustus 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2248