Rb. Rotterdam 13 oktober 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU3210

Niet in geschil is dat eiser contact heeft opgenomen met de regiopolitie Haaglanden om een snelheidsovertreding te laten seponeren. Nadat de bekeuring alsnog is binnengekomen, heeft de leidinggevende van eiser met hem afgesproken dat eiser de bekeuring zelf zou betalen. De leidinggevende heeft daarvan een aantekening gemaakt op de beschikking van het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Eiser heeft doelbewust over de aantekening heen een post-it geplakt en het formulier zo naar de regio Haaglanden gefaxt, en opnieuw gevraagd de bekeuring te seponeren. Daarnaast zijn andere incidenten aangevoerd. Verweerder heeft als voornaamste verwijt naar voren gebracht dat twijfel bestaat aan zijn betrouwbaarheid. Gelet op de functie van eiser als rechercheur bij het KLPD worden er aan de betrouwbaarheid en integriteit zware eisen gesteld, aldus verweerder. De rechtbank ziet geen reden om daar anders over te oordelen. Het tegen de expliciete opdracht van de leidinggevende in laten seponeren van de bekeuring, hetgeen vaststaat en erkend is door eiser, is alleen al te kwalificeren als ernstig plichtsverzuim. De overige gedragingen zijn minder ernstig en minder onomstreden maar bevatten voldoende concrete aanknopingspunten om te dienen als nadere onderbouwing van de twijfel aan de betrouwbaarheid en de integriteit van eiser. In zoverre wegen die gedragingen mee in het oordeel dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Plichtsverzuim is toerekenbaar en niet onevenredig. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen