Art. 27 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, Rogatoire commissies
De ambtenaren van een land, die in hun eigen land een persoon volgen, die verdacht wordt van een feit, waarvoor uitlevering kan worden toegestaan, zijn bevoegd deze achtervolging op het grondgebied van een ander Beneluxland voort te zetten. Zij moeten zich dan zo spoedig mogelijk in verbinding stellen met de bevoegde ambtenaren van het land, dat zij hebben betreden. Deze laatsten zullen de achtervolgde persoon staande houden om zijn identiteit vast te stellen en hem eventueel arresteren. Indien blijkt dat degene die staande is gehouden geen onderdaan is van het land waar hij zich bevindt, zullen de justitiële autoriteiten van het land waartoe de achtervolgende ambtenaar behoort een verzoek tot voorlopige aanhouding, als bedoeld in artikel 15, kunnen doen. Ook zullen zij alsdan om toepassing van de verkorte uitleveringsprocedure, bedoeld in artikel 19, kunnen verzoeken.
Indien de achtervolging ononderbroken is en het voor de achtervolgende ambtenaar niet mogelijk is een beroep te doen op de ambtenaren van het land dat zij hebben betreden, kunnen zij de achtervolgde in een strook van 10 km langs de grens zelf staande houden. In dat geval moeten zij de achtervolgde persoon overgeven aan de openbare macht van het land waar zij zich bevinden en wordt verder gehandeld als in het eerste lid van het onderhavige artikel is vermeld.
De bepalingen vervat in artikel 26 zijn met betrekking tot de achtervolgende ambtenaren van toepassing, zelfs indien zij niet in het bezit zijn van een rogatoire commissie als bedoeld in dat artikel.
Het vierde lid van het artikel geeft aan welke de bevoegde ambtenaren zijn.
Overeenkomstige bepalingen komen voor in de twee bij de toelichting op artikel 26 vermelde Benelux-overeenkomsten.
Artikelen die hiernaar verwijzen
- Artikel 17 Overeenkomst inzake de administratieve en strafrechtelijke samenwerking op het gebied van de regelingen die verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen van de Benelux Economische Unie
- Artikel 18 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake grensoverschrijdend politieel optreden
Vorige artikelen
- Artikel 21 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 22 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 23 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 24 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 26 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
Volgende artikelen
- Artikel 28 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 30 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 31 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 33 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
- Artikel 34 Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden