Art. 3 Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten, Vaststelling genoten loon
Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten
1. Voor de vaststelling van het loon, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, d en e, wordt de werknemer geacht het loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever van dat loon opgave heeft gedaan.
2. In afwijking van het eerste lid wordt het loon over een aangiftetijdvak van vier weken geacht te zijn genoten in de kalendermaand waarin het aangiftetijdvak van vier weken eindigt.