Art. 2 Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten, Het recht op een tegemoetkoming

Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten

Recht op een tegemoetkoming heeft degene die:

a. als werknemer in februari 2020 ten minste € 400 aan loon heeft genoten;

b. als werknemer in maart 2020 ten minste € 1 aan loon heeft genoten;

c. op 1 april 2020 achttien jaar of ouder was, maar de pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt;

d. in april 2020 ten minste 50% minder loon heeft genoten in vergelijking met het genoten loon in februari 2020, met dien verstande dat het percentage naar boven wordt afgerond op hele procenten;

e. in april 2020 ten hoogste € 550 aan loon heeft genoten;

f. schriftelijk verklaart als gevolg van geleden inkomensverlies de tegemoetkoming nodig te hebben als bijdrage in de gebruikelijke kosten van het levensonderhoud; en

g. schriftelijk verklaart over de periode april 2020 geen loondervingsuitkering of een uitkering op grond van hoofdstuk 3 of artikel 78f van de Participatiewet toegekend te hebben gekregen, dan wel een naar aard en strekking vergelijkbare uitkering toegekend te hebben gekregen op grond van een buitenlandse wettelijke regeling.