Art. 4.1 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet, (besluiten tot aanwijzing van gronden, rechtsgedingen en schadevergoeding Wet voorkeursrecht gemeenten)
Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet
1. Als voor de inwerkingtreding van deze wet op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten een besluit tot voorlopige aanwijzing van gronden of een besluit tot aanwijzing van gronden is genomen, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt.
2. Als voor de inwerkingtreding van deze wet een besluit als bedoeld in artikel 10, zesde lid, of 12, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten is genomen, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt.
3. Als voor de inwerkingtreding van deze wet een rechtsgeding met betrekking tot een op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten onherroepelijk gevestigd voorkeursrecht aanhangig is, blijft het oude recht van toepassing tot het rechtsgeding onherroepelijk is afgerond.
4. Als voor de inwerkingtreding van deze wet een vordering tot schadevergoeding op grond van artikel 25 van de Wet voorkeursrecht gemeenten bij de gemeente, de provincie of de Staat is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop een vonnis over die vordering in kracht van gewijsde is gegaan en, bij toewijzing van die vordering, de schade volledig is vergoed.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3116
- ABRvS 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1733
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4541
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4042
- Rb. Oost-Brabant 10 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6266
- Rb. Oost-Brabant 5 juli 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3142
- Rb. Noord-Nederland 12 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5104
- Rb. Noord-Nederland 12 december 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5098
- Rb. Den Haag 28 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19692
- Rb. Den Haag 19 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18964