Art. 6 Mandaatbesluit Algemene Zaken 2017, Plaatsvervangend secretaris-generaal

Mandaatbesluit Algemene Zaken 2017

1. De plaatsvervangend secretaris-generaal vervangt de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering en in de gevallen daartoe door de secretaris-generaal aangewezen. Hij treedt alsdan in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de secretaris-generaal.

2. Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend voor:

a. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;

b. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;

c. aangelegenheden op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens (na: 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming), voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst.

3. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt het mandaat van de secretaris-generaal uitgeoefend door de rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionaris die de secretaris-generaal schriftelijk heeft aangewezen om de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal waar te nemen.