Art. 2 Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, Individuele maatregelen
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding
1. Onze Minister kan, indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid, aan een persoon die op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan, een maatregel opleggen, strekkende tot beperking van de vrijheid van beweging.
2. Een maatregel kan bestaan uit:
a. een verplichting om zich op door Onze Minister vast te stellen tijdstippen te melden bij een door Onze Minister aangewezen politiechef of organisatie;
b. een verbod om zich te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten dan wel in een bepaald gedeelte of bepaalde delen van Nederland, dat niet groter is of die niet groter zijn dan strikt noodzakelijk voor de bescherming van de nationale veiligheid;
c. een verbod om zich te bevinden in de nabijheid van een of meer bepaalde personen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2007
- ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1763
- Rb. Rotterdam 21 juli 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:5500
- Rb. Den Haag 10 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:8172
- Rb. Amsterdam 11 oktober 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:7202
- ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5184
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:313
- Rb. Den Haag 4 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8383
- Rb. Den Haag 23 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:13597
- Rb. Den Haag 11 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6823
- Rb. Den Haag 31 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2919
- Rb. Den Haag 31 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13885
- ABRvS 25 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3458