Rb. Den Haag 31 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13885

Verlenging gebiedsverbod op grond van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (hierna: Twbmt). Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat ten tijde van de vijfde en de zesde verlenging van het gebiedsverbod, aan alle elementen van het criterium van artikel 2, eerste lid, van de Twbmt werd voldaan. De bestreden besluiten zijn – naast de situatie in de betreffende wijken – met name gebaseerd op berichten van eiser op sociale media, diens standpunten en verleden. Verweerder heeft niet nader onderbouwd dat eiser met het uitdragen van zijn gedachtegoed op sociale media weer, of juist, bewoners uit de wijken waarvoor het gebiedsverbod is opgelegd, probeert te bereiken. Gelet op het voorgaande en het tijdsverloop sinds de laatste concrete activiteiten van eiser die wel in een relevant verband gebracht kunnen worden met de meergenoemde wijken, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom het door verweerder aangevoerde samenstel van actuele feiten en omstandigheden voldoende grondslag biedt voor het oordeel dat van de aanwezigheid van eiser in de betreffende wijken nog immer een zodanige dreiging voor de nationale veiligheid uitgaat, dat het opleggen van een gebiedsverbod voor deze wijken noodzakelijk is. De beroepen zijn gegrond en de bestreden besluiten worden door de rechtbank vernietigd wegens strijd met artikel 4, eerste lid, van de Twbmt en het motiveringsbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken