Art. 26 Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten, Bijzondere voorschriften voor vloeistofhoogtemeters

Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten

Een vloeistofhoogtemeter is voorzien van de volgende opschriften:

a. de referentiehoogte;

b. het opschrift ‘het nulpunt van de vloeistofhoogtemeter ligt ... mm beneden het referentiepunt’; en

c. de aard en de karakteristieken van de te meten vloeistof.