Art. 23 Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten, Algemene eisen

Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten

1. De maximaal toelaatbare fout van een peilstok ingedeeld in eenheden van lengte bedraagt van de afstand van het nulpunt van de verdeling tot een willekeurige deelstreep: waarbij L het gehele getal voorstelt, dat de naar boven afgeronde waarde van de gemeten hoogte van een vloeistofspiegel in meters aangeeft.

a. bij de eerste conformiteitsbeoordeling: plus of min (0,1 + 0,1L) mm;

b. na ingebruikneming: plus of min (0,2 + 0,2L) mm,

2. De maximaal toelaatbare fout, bedoeld in het eerste lid, hoeft niet kleiner te zijn dan:

a. bij de eerste conformiteitsbeoordeling: plus of min 0,6 mm;

b. na ingebruikneming: plus of min 1,2 mm.