Art. 16.16 Omgevingswet, (instemming)
1. Als een aanvraag om een besluit op grond van deze wet betrekking heeft op een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval, behoeft de voorgenomen beslissing op de aanvraag instemming van het bestuursorgaan dat op grond van artikel 16.15 in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen. Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat alleen een voorgenomen beslissing tot het toewijzen van de aanvraag instemming behoeft.
2. Bij de maatregel worden gevallen aangewezen waarin instemming van het aangewezen bestuursorgaan wenselijk is vanwege:
a. de bijzondere deskundigheid van het bestuursorgaan,
b. door het bestuursorgaan te behartigen zwaarwegende belangen, gelet op de aan dat bestuursorgaan toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, of
c. door het provinciebestuur te behartigen provinciale belangen.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat het aangewezen bestuursorgaan gevallen kan aanwijzen waarin instemming niet is vereist.
4. Het aangewezen bestuursorgaan kan bij het op grond van artikel 16.15 uitgebrachte advies bepalen dat instemming niet is vereist.
5. In afwijking van artikel 10:3, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht kan het aangewezen bestuursorgaan mandaat verlenen om te beslissen over de instemming.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5638
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5029
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9131
- Rb. Rotterdam 20 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7074
- Rb. Noord-Nederland 25 februari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:692
- Rb. Limburg 29 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:958