Rb. Limburg 29 januari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:958
Trefwoorden: Buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voorlopige voorziening, connexiteit, spoedeisend belang, evidente onrechtmatigheid, natuurtoestemming, uitvoerbaarheid, evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Betreft verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor het realiseren van een opslag- en kegelbaangebouw. Het gebouw is voorzien op een nog aan te leggen parkeerplaats, waarvoor eerder een inmiddels onherroepelijk geworden omgevingsvergunning is verleend. Verzoekers willen bereiken dat de parkeerplaats niet wordt aangelegd omdat die volgens hen onomkeerbare schade aan het aangrenzend Natura 2000 gebied zal veroorzaken. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af wegens ontbreken spoedeisend belang bij een schorsing van het besluit waartegen bezwaar aanhangig is en omdat van evidente onrechtmatigheid van dat besluit geen sprake is.
De uitspraak op rechtspraak.nl