Art. 7.2 Verordening op de advocatuur, Twijfel identiteit cliënt
1. De advocaat mag afgaan op de juistheid van de hem door de cliënt verstrekte gegevens zolang in redelijkheid aanwijzingen van het tegendeel ontbreken.
2. Indien de advocaat gerede twijfel heeft, dan wel indien er omstandigheden zijn die gerede twijfel rechtvaardigen, over de juistheid van de door of namens de cliënt verschafte gegevens of de identiteit van de cliënt of de tussenpersoon, stelt de advocaat een onderzoek in naar de juistheid van de verschafte gegevens, de achtergrond van de cliënt, de tussenpersoon onderscheidenlijk het doel van de opdracht, tenzij de aard of omstandigheden van de zaak dit onmogelijk maken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:61
- Conclusie A-G Snijders 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:529
- Conclusie A-G van Peursem 9 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:516
- Hof 's-Hertogenbosch 16 januari 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:83
- Hof Amsterdam 12 maart 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:583
- Rb. Oost-Brabant 1 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6252
- Conclusie A-G Hartlief 24 januari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:89