Rb. Oost-Brabant 1 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6252

Contradictoir. Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Advocaat (gedaagde) brengt advies uit over beoogde franchiseovereenkomst. Opdrachtgever vraagt om een aangepast advies, vanwege een potentiële franchisenemer die twijfelt of de overeenkomst wel toegestaan is op grond van het mededingingsrecht. Het aangepaste advies is korter, maar bevat een memo dat vrijwel gelijk is aan het eerste advies. Daarin staan de nodige voorbehouden. Vervolgens wordt de franchiseovereenkomst gesloten. Jaren later oordeelt het CBB dat de overeenkomst in strijd is met de Mededingingswet en artikel 101 VWEU, en legt een boete op aan franchisenemers. De overeenkomst bevat horizontale afspraken (gebiedsbescherming) die ontoelaatbaar zijn. Een aantal franchisegevers, niet zijnde de opdrachtgever en ook niet degene waarvoor het aangepaste advies nodig was, spreekt de advocaat aan op grond van onrechtmatige daad. Zij stellen dat de advocaat onjuist heeft geadviseerd naar zijn cliënt. Die beroepsfout is onrechtmatig jegens de franchisenemers. De rechtbank wijst de vordering af. Er is geen sprake van een beroepsfout. Ten tijde van de advisering kon over de horizontale afspraken anders worden gedacht. Verder heeft de advocaat geadviseerd mede op basis van door zijn cliënt verstrekte gegevens over het marktaandeel. Dat marktaandeel is later door het CBB hoger vastgesteld dan waarvan bij de advisering is uitgegaan. De advocaat mocht echter uitgaan van de juistheid van de door zijn cliënt verstrekte gegevens, ook al wist hij dat het advies gebruikt zou worden in de besprekingen met een derde, niet zijnde eiseressen, maar de twijfelende franchisenemer.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken