Art. 4 Uitvoeringsregeling WNT, De uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
1. Tot de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband in de zin van de wet wordt, voor zover niet in het tweede en derde lid uitgezonderd, in ieder geval gerekend:
a. de tussen partijen of de tussen de werkgever en de functionaris overeengekomen vergoeding wegens beëindiging van het dienstverband;
b. de uitkering van een bedrag ineens of in termijnen uit hoofde van een afvloeiingsregeling;
c. de uit een rechterlijke uitspraak voortvloeiende uitkering wegens beëindiging van het dienstverband, met dien verstande dat de betaling van een uit een rechterlijke uitspraak voortvloeiende uitkering die het maximum, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, en 3.7, eerste lid, van de wet overschrijdt, niet onverschuldigd is;
d. de bezoldiging over een periode waarin de topfunctionaris vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult.
2. Tot de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband wordt niet gerekend de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband die voortvloeit uit een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst of van een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, of uit een wettelijk voorschrift, doch slechts voor zover de uitkering rechtstreeks, dwingend en eenduidig daaruit voortvloeit.
3. Tot uitkering wegens beëindiging van een dienstverband wordt niet gerekend de vergoeding van kosten van een outplacement traject, van juridische bijstand of van financieel of pensioenadvies in het kader van de beëindiging van een dienstverband indien:
a. die vergoeding rechtstreeks, dwingend en eenduidig voortvloeit uit een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst, een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, of een wettelijk voorschrift, of
b. de topfunctionaris de vergoeding uitsluitend kan aanwenden op basis van declaratie, onder overlegging van bewijsstukken, voor daadwerkelijk gemaakte kosten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 17 juni 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:3347
- Rb. Amsterdam 13 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3672
- Hof 's-Hertogenbosch 10 augustus 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2603
- Rb. Rotterdam 24 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11373
- Rb. Overijssel 27 september 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:3602
- Rb. Noord-Holland 17 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:11632
- Rb. Midden-Nederland 26 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:2287
- Rb. Midden-Nederland 26 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:2271
- Rb. Amsterdam 23 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:891
- Rb. Amsterdam 20 augustus 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:5481