Art. 11.7 Jeugdwet, Wijziging van andere wetten
1. De Wet op de jeugdzorg wordt ingetrokken, met dien verstande dat:
a. zij van toepassing blijft op de financiële verantwoording, vaststelling, uitbetaling van op grond van die wet verleende subsidies en uitkeringen en op de vaststelling en inning op grond van die wet van de ouderbijdragen, en
b. hoofdstuk VII van de Wet op de jeugdzorg van toepassing blijft op het verstrekken en verwerken van gegevens die betrekking hebben op het laatste kalenderjaar voor die intrekking.
2. In wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond van de Wet op de jeugdzorg zijn genomen, dan wel op tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, blijven, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels van toepassing, die golden voor de intrekking van die wet. Indien het een besluit betreft dat is genomen door een stichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de jeugdzorg, treedt het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft in de plaats van die stichting.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 6 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1305
- Rb. Rotterdam 8 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6995
- CRvB 2 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4172
- CRvB 26 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4107
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 januari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2345
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 februari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:1233
- Rb. Rotterdam 6 februari 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:761
- Rb. Overijssel 25 januari 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:233
- CRvB 13 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3917
- CRvB 18 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1783
- CRvB 1 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2238