Art. 5 Wet lokaal spoor, Zorg voor de veiligheid op en nabij de lokale spoorwegen

Wet lokaal spoor

1. De lokale spoorweginfrastructuur wordt zodanig aangelegd dat de lokale spoorweginfrastructuur:

a. in goede staat verkeert, betrouwbaar en beschikbaar is;

b. geschikt is voor het gebruik waarvoor zij is bestemd;

c. bij normaal gebruik geen gevaar of schade oplevert voor personen of zaken; en

d. veilig en doelmatig met de toegestane maximumsnelheid kan worden bereden.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels omtrent dit artikel worden gesteld.

Uitspraken die dit artikel aanhalen