Art. 20 Wet lokaal spoor, Beheer van lokale spoorwegen
1. De lokale spoorweginfrastructuur waarover vervoer wordt verricht wordt door de beheerder zodanig beheerd dat de lokale spoorweginfrastructuur blijft voldoen aan de artikelen 5 en 6.
2. Van ernstige incidenten doet de beheerder onmiddellijk melding aan de toezichthouder.
3. De beheerder stemt het beheer van de lokale spoorweg af met:
a. de beheerder van een daaraan grenzende lokale spoorweg;
b. de beheerder van een daaraan grenzende hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwet; of
c. de wegbeheerder van een daaraan grenzende weg.
4. Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen de beheerder bindende aanwijzingen geven met betrekking tot het beheer.