Art. 2:7 Regeling marktordening vlees, Identificatie en slacht

Regeling marktordening vlees

1. Een be- of verwerker verwijdert voor de weging van een geslacht rund:

a. de onderpoten – afgescheiden tussen het pijpbeen en het tarsaal – en het carpaal gewricht;

b. de kop met tong afgesneden langs de onderkaak en tussen het achterhoofdsbeen en de eerste halswervel;

c. de huid;

d. de organen van de borst- en buikholte met inbegrip van het zoomvet;

e. het hartzakje;

f. het ruggenmerg;

g. de geslachtsorganen van een mannelijk slachtrund;

h. de uier;

i. de halsslagaderen;

j. de zwezerik;

k. het niervet;

l. de nieren;

m. het slotvet;

n. het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant;

o. het vet rond de aarsopening;

p. het vet van de schaamnaad;

q. het zak- of uiervet;

r. het aangewassen vet aan de ribwand;

s. het vet rond de halsslagaders;

t. de staart, en

u. de longhaas.

2. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker die runderen slacht in categorie Z als bedoeld in artikel 2:21, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het slotvet niet en het vangvet wel voor de weging verwijderd wordt.

3. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker, die runderen slacht in categorie Z als bedoeld in artikel 2:21 waarbij het karkas niet in twee symmetrische stukken wordt gedeeld, als bedoeld in punt I, onder A, Bijlage IV, van Verordening 1308/2013, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het ruggenmerg, de staart en de longhaas niet voor de weging verwijderd worden.

4. In afwijking van het eerste lid kan een be- of verwerker, die runderen slacht in categorie Z, als bedoeld in artikel 2:21, waarbij het karkas niet in twee symmetrische stukken wordt gedeeld, als bedoeld in Bijlage IV, onderdeel A, punt I, onder 2, van Verordening 1308/2013, een afwijkende slachtwijze toepassen waarbij het ruggenmerg, het slotvet, de staart en de longhaas niet en het vangvet wel voor de weging verwijderd worden.

5. Een be- of verwerker die gebruik maakt van een van de afwijkingen als bedoeld in het tweede, derde en vierde lid meldt aan de minister op welke wijze runderen in categorie Z geslacht worden.

6. In geval een be- of verwerker incidenteel overgaat op een andere toegestane wijze om runderen in de categorie Z te slachten, dan meldt hij dat minimaal 24 uur van tevoren aan de minister.