Art. 4 Warmtewet, Algemene bepalingen ten aanzien van de levering van warmte
1. De leverancier stelt al hetgeen redelijkerwijs in zijn vermogen ligt in het werk om afsluiting dan wel onderbreking van de levering van warmte te voorkomen, of indien een onderbreking van de levering van warmte optreedt, deze zo snel mogelijk te verhelpen. Afsluiting van een verbruiker wordt in het bijzonder voorkomen in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
2. De leverancier stelt een verbruiker tenminste drie dagen van tevoren op de hoogte van door hem geplande werkzaamheden waarbij de levering van warmte aan de verbruiker moet worden onderbroken.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over afsluiting van de levering van een verbruiker van warmte alsmede over preventieve maatregelen om de afsluiting van een verbruiker waar mogelijk te voorkomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 16 september 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2469
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4644
- Rb. Rotterdam 22 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4970
- Rb. Den Haag 16 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24122
- Rb. Amsterdam 30 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4864
- Rb. Amsterdam 30 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4861
- Rb. Amsterdam 17 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3987
- Rb. Amsterdam 11 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2508
- Hof Den Haag 14 januari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:18