Rb. Rotterdam 22 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4970

Beroep gericht tegen opleggen lasten onder dwangsom voor overtreding van de Warmtewet. Voor het toepassingsbereik van de Warmtewet is de definitie voor levering van warmte in de Warmtewet doorslaggevend. Gelet op die definitie is de temperatuur van het water dat wordt geleverd en het al dan niet zelf opwekken van elektriciteit door bewoners van het gebouw niet relevant. De Warmtewet is ook van toepassing op levering van warmte in het geval een klant zelf nog aanvullende maatregelen moet nemen om de geleverde warmte nuttig te kunnen gebruiken. Het systeem, zoals in het gebouw is geïnstalleerd, valt naar het oordeel van de rechtbank onder de definities van de Warmtewet. Dat zonnepanelen een onderdeel zijn van het systeem, doet daar niet aan af. De stelling van de ACM dat de bepalingen over zelfverbruik van hernieuwbare energie van de Richtlijn hernieuwbare energie waarop eiseres zich beroept, zien op elektriciteit is juist. Alleen daarom al maken deze artikelen van de Richtlijn - wat daar verder ook van zij - niet dat eiseres niet als warmteleverancier in de zin van de Warmtewet is aan te merken. In de Richtlijn is verder ook geen bepaling opgenomen die dwingt tot het inperken van het toepassingsbereik van de Warmtewet in de door eiseres gewenste zin. Eiseres is dan ook leverancier van warmte en moet voldoen aan de verplichtingen van de Warmtewet. Gegrondverklaring van het beroep gericht tegen onderdeel lasten die zien op informatievoorschriften opgelegd op grond van artikel 12r van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en vernietiging van het bestreden besluit voor zover dat ziet op deze onderdelen. Voor het overige blijven de lasten in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken