Art. 5.7 Besluit diergeneesmiddelen, Afleveren aan een andere vergunninghouder
1. Een houder van een vergunning voor groothandel levert een diergeneesmiddel slechts af aan:
a. een houder van een vergunning voor vervaardiging;
b. een houder van een vergunning voor invoer;
c. een houder van een vergunning voor groothandel, of
d. een houder van een vergunning voor kleinhandel.
2. Een houder van een vergunning voor kleinhandel kan, onverminderd artikel 5.8, een diergeneesmiddel retourneren naar een houder van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, of in kleine hoeveelheden afleveren aan een andere houder van een vergunning voor kleinhandel met toepassing van regels die bij ministeriële regeling worden gesteld voor de af te leveren hoeveelheden en soorten diergeneesmiddelen.
3. Indien Onze Minister voornemens is een voordracht te doen tot vaststelling, wijziging, of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2.21, vierde of vijfde lid, van de wet inzake algemeen verbindend verklaring kan hij, indien een onmiddellijke voorziening vereist is, regelen stellen overeenkomstig de voorgenomen maatregelen.
4. Een regeling als bedoeld in het derde lid blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat de in dat lid bedoelde algemene maatregel van bestuur in werking treedt, doch uiterlijk tot twaalf maanden na het in werking treden van de regeling.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 14 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4235
- Rb. Rotterdam 13 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3050
- Rb. Rotterdam 14 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4697
- Rb. Rotterdam 25 april 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3302
- Rb. Overijssel 3 juni 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:2400
- Rb. Overijssel 3 juni 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:2398