Art. 4.15 AanbW 2012, Vernietigbaarheid
Aanbestedingswet 2012 (AanbW 2012)
1. Een als resultaat van een gunningsbeslissing gesloten overeenkomst is in rechte vernietigbaar op een van de volgende gronden:
a. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf heeft, in strijd met deel 2 of deel 3 van deze wet, de overeenkomst gesloten zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie;
b. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf heeft, in strijd met de wet, de termijnen, bedoeld in artikel 2.127, eerste lid, onderscheidenlijk 2.131, niet in acht genomen;
c. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf heeft toepassing gegeven aan artikel 2.127, vierde lid, onder c, bij de gunning van een opdracht waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan het in de artikelen 2.1 tot en met 2.7 respectievelijk de artikelen 3.8 en 3.9 bedoelde toepasselijke bedrag, en heeft daarbij in strijd gehandeld met artikel 2.143, tweede lid, of de artikelen 2.147 of 2.148.
2. De vordering tot vernietiging wordt door een ondernemer die zich door een gunningsbeslissing benadeeld acht ingesteld:
a. voor het verstrijken van een periode van 30 kalenderdagen ingaande op de dag na de datum waarop
– de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de aankondiging van de gegunde opdracht bekendmaakte overeenkomstig de artikelen 2.134 tot en met 2.138, mits deze aankondiging ook de rechtvaardiging bevat van de beslissing van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf om de opdracht te gunnen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de opdracht, of
– de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aan de betrokken inschrijvers en gegadigden een kennisgeving zond van de sluiting van de overeenkomst, op voorwaarde dat die kennisgeving vergezeld gaat van de relevante redenen voor de gunningsbeslissing;
b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, voor het verstrijken van een periode van zes maanden, ingaande op de dag na de datum waarop de overeenkomst is gesloten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2638
- Conclusie A-G Snijders 24 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:567
- Hof Den Haag 19 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3549
- Hof Arnhem-Leeuwarden 4 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2796
- Hof Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3169
- Hof 's-Hertogenbosch 1 december 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4943
- Rb. Midden-Nederland 24 mei 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2418
- Hof 's-Hertogenbosch 11 februari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:281
- Hof Arnhem-Leeuwarden 27 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3242
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9094
- Rb. Noord-Nederland 4 september 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3006
- Rb. Gelderland 29 mei 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:3314
- Rb. Den Haag 21 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15465
- Conclusie A-G Keus 31 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:487
- Hof Den Haag 7 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1863
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 juni 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:4205
- Rb. Rotterdam 24 oktober 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8489
- Rb. Gelderland 17 juli 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:4215
- Rb. Den Haag 26 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:12716
- Hof Den Haag 1 april 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:481