Art. 2.32 AanbW 2012, Procedures voor het plaatsen van opdrachten voor aanbestedende diensten
Aanbestedingswet 2012 (AanbW 2012)
1. De aanbestedende dienst kan de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toepassen indien:
a. bij toepassing van de openbare of niet-openbare procedure geen of geen geschikte inschrijvingen of geen of geen geschikte verzoeken tot deelneming zijn ingediend, de oorspronkelijke voorwaarden van de overheidsopdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en de Europese Commissie op haar verzoek een verslag van de oorspronkelijke procedure wordt overgelegd,
b. de overheidsopdracht slechts door een bepaalde ondernemer kan worden verricht, omdat:
1°. de aanbesteding als doel heeft het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of een unieke artistieke prestatie,
2°. mededinging om technische redenen ontbreekt, of
3°. uitsluitende rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten, moeten worden beschermd en geen redelijk alternatief of substituut bestaat, of
c. voor zover zulks strikt noodzakelijk is, ingeval de termijnen van de openbare procedure, de niet-openbare procedure of de mededingingsprocedure met onderhandeling wegens dwingende spoed niet in acht kunnen worden genomen als gevolg van gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet konden worden voorzien en niet aan de aanbestedende dienst zijn te wijten.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt:
a. een inschrijving ongeschikt geacht indien zij niet relevant is voor de overheidsopdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de aanbestedingsstukken omschreven behoeften en eisen van de aanbestedende dienst;
b. een verzoek tot deelneming ongeschikt geacht indien de betrokken onderneming overeenkomstig artikel 2.86 of artikel 2.87 moet of kan worden uitgesloten of niet aan de door de aanbestedende dienst gestelde geschiktheidseisen voldoet.
3. Het eerste lid, onderdeel b, onder 2° en 3° is uitsluitend van toepassing indien er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de aanbesteding.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS A-G Widdershoven 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421
- Rb. Rotterdam 7 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4337
- Rb. Rotterdam 2 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1676
- Rb. Overijssel 16 juni 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5829
- Rb. Noord-Nederland 13 juli 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2363
- Rb. Noord-Nederland 16 december 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:4445
- Rb. Noord-Nederland 21 juni 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:2681
- Rb. Midden-Nederland 30 mei 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:3391
- Rb. Gelderland 10 maart 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:1630
- Rb. Den Haag 8 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14526
- Rb. Den Haag 21 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13478
- Rb. Den Haag 14 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1820
- Rb. Den Haag 12 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11823
- Rb. Amsterdam 11 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8618
- Rb. Amsterdam 24 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:5226
- Hof Amsterdam 16 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1332
- Hof Amsterdam 27 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3927