Art. 213 Faillissementswet BES, Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

Faillissementswet BES

1. Bij het definitief verleenen der surséance bepaalt de rechter in eersten aanleg haar duur op ten hoogste anderhalf jaar.

2. Vóór het einde der surséance kan door den schuldenaar hare verlenging voor ten hoogste anderhalf jaar worden gevraagd. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot verleening van surséance. Zoolang bij afloop der surséance op een verzoek tot verlenging nog niet is beschikt, blijft de surséance gehandhaafd.