Art. 211 Faillissementswet BES, Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

Faillissementswet BES

1. Bij de behandeling van het hooger beroep wordt het verzoek niet opnieuw in stemming gebracht, maar ieder schuldeischer is bevoegd in persoon of bij schriftelijk gemachtigde aan de bestrijding of verdediging van de uitspraak, waartegen het beroep gericht is, deel te nemen.

2. De behandeling heeft plaats in raadkamer; de griffier van het Hof geeft ten minste vijf dagen van te voren aan ieder der opgekomen schuldeischers als in artikel 209, eerste lid, bedoeld, zoomede aan den schuldenaar, schriftelijk kennis van den dag en het uur van de behandeling. De uitspraak geschiedt ter openbare terechtzitting.