Art. 3:4 Regeling hybride instrumenten banken en andere financiële ondernemingen (exclusief verzekeraars) Wft 2010, Gelijkstelling van hybride instrumenten met hoger dan wel lager aanvullend kapitaal
1. Van een recht van renteopstap kan slechts eenmaal gedurende de looptijd van het hybride instrument gebruik worden gemaakt.
2. Van een renteopstap kan niet eerder gebruik worden gemaakt dan nadat een periode van ten minste tien jaren is verstreken, gerekend vanaf de uitgiftedatum.
3. Een renteopstap bedraagt ten hoogste 100 basispunten ten opzichte van de initiële rentevergoeding, respectievelijk ten hoogste 50% van de initiële kredietrentemarge, in beide gevallen gecorrigeerd voor het effect van een verandering van de relevante rentebases.