Art. 3:2 Regeling hybride instrumenten banken en andere financiële ondernemingen (exclusief verzekeraars) Wft 2010, Gelijkstelling van hybride instrumenten met hoger dan wel lager aanvullend kapitaal
Hybride instrumenten waaraan een calloptie of een renteopstap is verbonden, kunnen voor de berekening van het hoger aanvullend kapitaal (upper tier 2) uitsluitend worden gelijkgesteld met vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 92, tweede lid, van het Besluit, indien:
a. in het geval van een calloptie: deze calloptie voldoet aan het bepaalde in artikel 3:3;
b. in het geval van een renteopstap: deze renteopstap voldoet aan het bepaalde in artikel 3:4.