Art. 14 Wgbz, De griffierechten in zaken die bij dagvaarding of met een verzoekschrift worden ingeleid en in vorderingszaken en verzoekzaken bij de Hoge Raad
Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz)
1. Indien de eis strekt tot veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat, maar de rechter in het vonnis of het arrest overeenkomstig artikel 97 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek de schade heeft begroot, wordt alsnog het griffierecht geheven dat partijen verschuldigd zouden zijn geweest, indien de eis in de dagvaarding had gestrekt tot betaling van een bepaalde geldsom ten belope van de begrote schade. Het reeds voldane griffierecht wordt hierop in mindering gebracht.
2. Partijen zijn het nader vastgestelde griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de rechter het vonnis of het arrest, bedoeld in het eerste lid, heeft gewezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 7 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2006
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 19 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:623
- Rb. Noord-Holland 25 juli 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:8646
- Rb. Noord-Holland 16 december 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:11627
- Rb. Midden-Nederland 26 maart 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1211
- Rb. Limburg 12 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:4071
- Rb. Gelderland 14 juni 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:3609
- Hof Den Haag 19 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2762