Art. 8 Reglement op de meters voor elektrische energie BES, Aanloopgevoeligheid

Reglement op de meters voor elektrische energie BES

Bij 0,5% van het nominale vermogen en cos Ф = 1 moet de meter bij nominale spanning en frequentie reeds registreren.

Registratie bij verhoogde spanning en onbelaste stroomspoelen

Bij onbelaste stroomspoelen en 110% van de nominale spanning mag de meter geen verbruik registreren.

% van de basis

Foutengrens in stroomsterkte

cos Ф= 1

5

+ of -6

10 tot 150

+ of -2

150 „ max.

+ of -4

Foutengrenzen voor gereviseerde meerfase meters uit voorraad

a. symetrische belasting

% van de basis

Foutengrens in stroomsterkte

cos Ф = 1

5

+ of -6

10 tot 150

+ of -2

150 „ max.

+ of -4

% van de basis

Foutengrens in stroomsterkte

cos Ф = 0,5 inductief

10

+ of -8

20 tot 150

+ of -3

150 „ max.

+ of -5

b. systemen afzonderlijk

% van de basis stroomsterkte

verschil in fout tussen de systemen onderling in

cos Ф = 1

50 en 100

3

cos Ф = 0,5 inductief

50

5

Een mogelijk aanwezige inrichting voor het aanwijzen van de maximum belasting mag bij nominale symmetrische belasting en Ф = 1 niet meer dan 1,5% fout in de meting introduceren.

De meters moeten zo goed mogelijk worden gejusteerd. De gemiddelde aanwijzing van een serie meters moet nagenoeg juist zijn.