Art. 9 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, Het gerecht in ambtenarenzaken

Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

1. De rechter in ambtenarenzaken en de rechter-plaatsvervanger worden bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie benoemd voor een tijdvak van zes jaren en zijn bij hun aftreden terstond herbenoembaar.

2. Op hun verzoek wordt hun vóór het verstrijken van evengenoemd tijdvak bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie ontslag verleend.