Art. 142 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, Straf- en slotbepalingen
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. Met afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 9, eerste lid, treedt de voor de eerste maal benoemde rechter-plaatsvervanger in ambtenarenzaken na drie jaren af.
2. Met afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 18, eerste lid treden een van de voor de eerste maal benoemde leden en een van de voor de eerste maal benoemde leden-plaatsvervangers van de raad van beroep, telkens door het lot aan te wijzen, na drie jaren af.