Art. 27 Reclasseringsbesluit 1953 BES, Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke invrijheidstelling
1. Tenminste twee maanden voor de dag waarop een tot gevangenisstraf veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid kan worden gesteld, zendt het gestichtshoofd te zijnen aanzien aan Onze Minister hetzij een gemotiveerd voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling, hetzij een gemotiveerd bericht, dat niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, hetzij een gemotiveerd bericht, dat nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan.
2. Onverminderd de bepalingen van het eerste lid, dient het gestichtshoofd Onze Minister van bericht en raad inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde zo dikwijls Onze Minister zulks vraagt of het gestichtshoofd het gewenst acht.