Art. 26 Reclasseringsbesluit 1953 BES, Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke veroordeling

Reclasseringsbesluit 1953 BES

1. De persoon die de bijstand verleent, tracht een op vertrouwen gegronde persoonlijke band met de veroordeelde te leggen en die in het belang van de nakoming van de aan deze opgelegde voorwaarden en van diens reclassering, te benutten.

2. Bij het verlenen van de bijstand wordt zoveel mogelijk alles vermeden, wat de veroordeelde in zijn vrijheid zou kunnen beperken of maatschappelijk zou kunnen benadelen.