Art. 33 Kadasterregeling 1994, Vorm van de aan de kadastrale kaarten ten grondslag liggende bescheiden
1. Zelfstandige karteringen van een perceel worden slechts vervaardigd, indien dit noodzakelijk is voor controle op een meting, voor groottebepaling of voor grensuitzetting.
2. De zelfstandige karteringen worden gemaakt op de desbetreffende hulpkaart dan wel op een afzonderlijke hulpkaart.