Art. 29 Kadasterregeling 1994, Inrichting van de kadastrale kaarten

Kadasterregeling 1994

1. Voor opstallen, tuinen, boomgaarden, erven of wateren die behoren bij een perceel en in hun begrenzing op de kaart zijn afgesloten, wordt aangegeven dat zij behoren bij het overige deel van het perceel.

2. Op een kadastrale kaart wordt melding gemaakt van plaatselijke benamingen van de daarop afgebeelde gebieden, zo van die gebieden een plaatselijke benaming bekend is.