Art. 1.5a Invoeringswet Wabo, Overgangsrechtelijke bepalingen
Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wabo)
1. In afwijking van artikel 1.2, tweede lid, onder c, wordt een beslissing omtrent een aanvraag om: die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is genomen, maar nog niet onherroepelijk is, voor zover die beslissing ziet op een bouwactiviteit waarvoor onmiddellijk voor dat tijdstip nog geen aanvraag om bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet is ingediend, gelijkgesteld met een beschikking van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.5 van die wet voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van die wet.
a. een ontheffing als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c, 3.22, 3.23 of 3.38, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening,
b. een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, 3.27, eerste lid, of 3.29, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een besluit als bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, 3.41, eerste lid, of 3.42, eerste lid, van die wet, of
c. een ontheffing van de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening,
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beslissing als bedoeld in dat lid die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangevraagd, maar nog niet is genomen, op het moment dat die beslissing wordt genomen.
3. Indien op de voorbereiding van de beschikking met betrekking tot de tweede fase van een omgevingsvergunning die verband houdt met een beslissing als bedoeld in het eerste of tweede lid, op grond van artikel 2.5, tweede lid, tweede volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de reguliere voorbereidingsprocedure, bedoeld in paragraaf 3.2 van die wet, van toepassing is, is in afwijking daarvan niettemin de uitgebreide voorbereidingsprocedure, bedoeld in paragraaf 3.3 van die wet, van toepassing, indien de beslissing, bedoeld in het eerste of tweede lid, is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Voor de mogelijkheid van beroep wordt een beslissing die ingevolge het eerste of tweede lid is gelijkgesteld met een beschikking met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning met de beschikking met betrekking tot de tweede fase van die omgevingsvergunning als één besluit aangemerkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Oost-Brabant 8 juli 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:4044
- ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3184
- ABRvS 27 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3197
- ABRvS 22 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:938
- ABRvS 24 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:433
- ABRvS 2 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4563
- Rb. Utrecht 18 mei 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8451
- Rb. 's-Hertogenbosch 14 februari 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BV3858
- Rb. 's-Gravenhage 4 juli 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2179
- Rb. Oost-Brabant 1 mei 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:CA0821
- Rb. Noord-Holland 13 februari 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:1030
- Rb. Noord-Holland 15 augustus 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:7078