Art. 1.3 Invoeringswet Wabo, Overgangsrechtelijke bepalingen
Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wabo)
1. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een aanvraag om bouwvergunning eerste fase als bedoeld in artikel 56a van de Woningwet is ingediend en op dat tijdstip nog geen sprake is van zowel een onherroepelijke bouwvergunning eerste fase als een onherroepelijke bouwvergunning tweede fase, blijft het onmiddellijk voor dat tijdstip geldende recht van toepassing op:
a. de indiening van een aanvraag om bouwvergunning tweede fase;
b. de indiening van een gewijzigde aanvraag om bouwvergunning eerste fase als bedoeld in artikel 56a, achtste lid, van de Woningwet;
c. de voorbereiding en vaststelling van een beschikking op een aanvraag of een gewijzigde aanvraag om bouwvergunning eerste fase en een aanvraag om bouwvergunning tweede fase;
d. de bouwvergunning eerste fase en de bouwvergunning tweede fase.
2. De bouwvergunning eerste fase en de bouwvergunning tweede fase worden gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor de betrokken activiteit, op het tijdstip waarop beide beschikkingen onherroepelijk zijn geworden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:221
- ABRvS 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1630
- ABRvS 17 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:375
- Rb. Oost-Brabant 8 juli 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:4044
- ABRvS 18 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3049
- ABRvS 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:264
- Rb. Utrecht 25 september 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8151
- Rb. 's-Gravenhage 15 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7554
- Rb. Middelburg 3 maart 2011, ECLI:NL:RBMID:2011:BP6680
- Rb. Alkmaar 1 november 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BY3627