Art. 12 Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten
1. Personen, wier uitlevering wordt aangevraagd, mogen voor zover dit niet reeds geschied is, worden aangehouden. Artikel 10, tweede tot en met het vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Het bevel van aanhouding moet hun zo spoedig mogelijk worden betekend.
3. De op en bij hen zijnde goederen mogen worden in beslag genomen.
4. Zo spoedig mogelijk na de aanhouding wordt daarvan kennis gegeven aan de procureur-generaal.
5. Van elke krachtens dit besluit gedane aanhouding geeft de procureur-generaal onverwijld kennis aan de Gouverneur, die op zijn beurt onverwijld aan deze mededeling doet van iedere tot hem gerichte aanvrage tot uitlevering.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 april 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:51
- Conclusie A-G Langemeijer 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:653
- Conclusie A-G Langemeijer 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:652
- Conclusie A-G Langemeijer 30 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:649
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 april 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:197
- HR 12 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1072
- HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:602
- HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:600
- HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:599